Veelgestelde vragen DPA
Welke patiënten moeten worden geïncludeerd in de DPA?
Binnen de DPA worden per kalenderjaar de volgende patiënten geïncludeerd:
* Patiënten bij wie in dat kalenderjaar prostaatkanker wordt gediagnosticeerd
* Patiënten die al eerder zijn gediagnosticeerd, maar in dat kalenderjaar starten met een actieve behandeling
Een patiënt die bijvoorbeeld in 2024 is gediagnosticeerd en sindsdien active surveillance heeft gehad, maar in 2027 vanwege progressie start met radiotherapie of een radicale prostatectomie, wordt dus ook in 2027 geregistreerd.
Welke gegevens moet een centrum registreren als een patiënt in een ander centrum wordt behandeld?
Een centrum registreert binnen de DPA de diagnostiek en behandeling die in het eigen centrum plaatsvinden.
Wanneer het diagnostische voortraject in het eigen centrum plaatsvindt, maar de patiënt voor een behandeling wordt verwezen naar een ander centrum, wordt de behandeling niet door het verwijzende centrum geregistreerd. Dit geldt zowel voor radiotherapie als voor radicale prostatectomie.
Het voortraject dat binnen het eigen centrum heeft plaatsgevonden, wordt wel geregistreerd.
Welk centrum is verantwoordelijk voor de registratie van het natraject na radicale prostatectomie?
Het centrum waar de radicale prostatectomie wordt uitgevoerd, is verantwoordelijk voor het aanleveren van de gegevens over het natraject na de operatie, tot één jaar na de radicale prostatectomie.
Wanneer een patiënt in een ander centrum wordt geopereerd en daarna voor nazorg terugkomt in het verwijzende centrum, hoeft het verwijzende centrum dit postoperatieve natraject dus niet in de DPA te registreren.
Hoe moet het samplenummer worden ingevuld?
Het samplenummer geeft de volgorde van de pathologierecords per patiënt aan.
Bij het eerste pathologierecord van een patiënt wordt samplenummer 1 ingevuld. Heeft dezelfde patiënt een tweede pathologierecord, dan krijgt dit samplenummer 2, vervolgens 3, enzovoort.
Bij een nieuwe patiënt begint de nummering opnieuw bij 1.
Voorbeeld: patiënt A heeft twee pathologierecords → samplenummer 1 en 2. Patiënt B heeft één pathologierecord → samplenummer 1.
Het is belangrijk het samplenummer correct in te vullen. Een foutief samplenummer kan leiden tot een recordblokkerende fout, waardoor het betreffende record niet wordt meegenomen in de aanlevering.